Wat is klassieke homeopathie?
Klassieke homeopathie is een geneeswijze waarbij de ziekte wordt gezien als een verstoring van de lichamelijke balans. In de klassieke homeopathie wordt altijd de samenhang gezocht, zowel op lichamelijk, emotioneel als mentaal niveau. Ziekte is een onbalans in het hele systeem, is een signaal van het lichaam dat er iets niet in orde is. Homeopathische medicijnen zorgen voor een herstel van de onbalans. Op basis van alle symptomen die het lichaam fysiek en emotioneel laat zien, worden homeopathische medicijnen geselecteerd. Deze medicijnen helpen het afweersysteem om het genezingsproces te activeren.
Met andere woorden: een homeopathisch geneesmiddel zorgt voor opheffing van blokkades die de balans in het lichaam verstoren en ziekte veroorzaken. Dit betekent zo min mogelijk symptoombestrijding. Het wezenlijke van de klassieke homeopathie is DE BRON VAN DE PROBLEMEN aan te pakken.
HOE ONTSTAAN ZIEKTEN?
SOORTEN HOMEOPATHIE
Achtergrondinformatie
Aan het eind van de 18e en begin van de 19e
eeuw waren er hier en daar kritische geluiden te horen over het
medische handelen van die tijd. Eén van de grootste critici was de
Duitse arts Samuel Hahnemann (1755-1843). Hij was in die tijd een zeer
bekend arts die een vooraanstaande plaats innam in de Duitse medische
wereld. Hij kreeg onder meer de opdracht de Duitse
farmacopee te herzien. Dit is een handboek voor apothekers waarin
precies staat hoe medicijnen moeten worden bereid. Dit standaardwerk is
heel lang gebruikt.
Hahnemann voerde ook praktijk als arts, maar stopte hiermee uit onvrede. De manier waarop medicijnen werden voorgeschreven vond hij onwetenschappelijk. Bovendien constateerde hij dat de geneesmiddelen die hij zijn patiënten moest toedienen hen vaak meer kwaad dan goed deden. Om na het neerleggen van zijn praktijk in het levensonderhoud van zijn gezin te voorzien, legde hij zich toe op het vertalen van buitenlandse medische werken in het Duits. Bij de vertaling van een Engels werk stuitte hij op de verklaring van de werking van kinabast bij malaria. Kinabast,de bast van de Kinaboom, waar onze kinine van is afgeleid, werkte volgens de auteur zo goed tegen malaria omdat deze een bittere stof bevatte. Hahnemann vond deze verklaring zeer onbevredigend.
Op zoek naar een betere verklaring besloot hij het middel kinabast op zichzelf uit te testen. In het verslag van deze test schreef hij: “Ik nam bij wijze van experiment tweemaal daags 15 gram kinabast. Eerst werden mijn voeten, vingertoppen enz koud. Ik werd snel en suf; vervolgens begon mijn hart snel te kloppen,mijn pols werd snel en zwak. Onverdraaglijke angst, beven,een gevoel van uitputting in al mijn ledematen; daarna kloppingen in mijn hoofd, rode wangen, kortweg alle symptomen die normaal kenmerkend zijn voor wisselkoorts deden zich voor. Korte tijd had ik last van kenmerkende malariasymptomen als verwardheid, een soort stijfheid in alle ledematen en een verdoofd onaangenaam gevoel dat in het beenvlies schijnt te zetelen,in elk bot van het lichaam. Deze hevige aanval duurde telkens twee tot drie uur en keerde terug als ik de dosis herhaalde, anders niet. Ik hield er mee op en was goed gezond.”
Dit was een heel opmerkelijke ontdekking: nadat een gezond persoon een geneesmiddel tegen malaria inneemt, krijgt hij gedurende enkele uren malariasymptomen! De vraag die Hahnemann hierna stelde was, of dit een eenmalige toevallige gebeurtenis was, of dat dit ook voor andere geneesmiddelen zou gelden. Om op deze vraag een antwoord te vinden begon Hahnemann in eerste instantie allerlei stoffen op zichzelf uit te proberen. Later werd bij deze experimenten een groot aantal proefpersonen ingeschakeld. Telkens wanneer iemand een stof had ingenomen, werd nauwkeurig genoteerd van welke symptomen de proefpersoon last kreeg.Daarbij werd niet alleen op de lichamelijke symptomen gelet, maar ook op veranderingen op mentaal en emotioneel gebied. Zo werd van een groot aantal stoffen de nauwkeurige uitwerking op gezonde mensen bekend. Na een aantal jaren beschikten Hahnemann en zijn medewerkers over de resultaten van vele tientallen geneesmiddelproeven. Sommige geneesmiddelen bleken in staat te zijn meer dan 1000 symptomen bij de verschillende proefpersonen te veroorzaken! Als zijn vermoeden juist was, zou hij met deze kennis mensen werkelijk kunnen genezen.
Mensen die bepaalde klachten hadden kregen het medicijn wat in de testen dezelfde symptomen liet zien. Telkens zou hij dus nauwkeurig de symptomen van een patiënt moeten vergelijken met de werking van de door hem onderzochte stoffen. Omdat hij patiënten nodig had om dit in de praktijk te tonen, heropende hij zijn praktijk. In tegenstelling tot de ’normale’ artsen, nam hij voor iedere patiënt veel tijd om nauwkeurig alle klachten op een rijtje te zetten en vervolgens een zoveel mogelijk ‘gelijkend’ medicijn voor te schrijven. En het werkte! De symptomen van zijn patiënten werden genezen door middelen die soortgelijke symptomen veroorzaakten bij gezonde proefpersonen. Kort gezegd: het gelijkende wordt door het gelijkende genezen.
